Kunst, Design en Literatuur Online Shop (X=Y)

‘How To Cross Borders’ lezing

Naar aanleiding van de kunstmanifestatie Hacking Habitat – Art Of Control, georganiseerd door de Stichting Niet Normaal, is de Life Hack Marathon geïnitieerd. Met een viertal lezingen wordt aangekaart: wat de invloed is van economie en de markt op de burger, welke institutionele grenzen dat oplevert en hoe we de kloof tussen de burger en deze instituten kunnen verkleinen. Door middel van interventies, of hacks, wil Stichting Niet Normaal tegengas geven om het gedrag van deze machtige systemen te veranderen. Bij de derde bijeenkomst, How to cross borders, wordt onderzocht welk soort grenzen er tegenwoordig zijn en wat dat in relatie is met ons burgerschap. Uitgenodigd zijn kunstenaar en auteur James Bridle en directeur van de Waag Society Marleen Stikker.

Grenzen

Tegenwoordig zijn er niet alleen meer fysieke grenzen – de grenzen die we tegen komen bij vliegvelden of landsgrenzen – maar ook opgelegde barricades in de technologie waar we tegen aan stuiten. De imaginaire grens die aan een paspoort hangt (waar veel van de problemen aan de Europese periferieën op het moment mee van doen zijn), is niet meer de enige grens waar we heden ten dage mee te maken hebben; de bedrijven, als Google en Facebook, creëren ook grenzen, door middel van bijvoorbeeld inloggegevens.
Grenzen bij het internet? Ik hoor je denken. Ja, het is inderdaad tegenstrijdig, want je eerste gevoel zegt dat deze technologie juist grenzen vervaagt, ze maken je bijvoorbeeld minder eenzaam doordat je continu in contact staat met de buitenwereld en kunnen je ook helpen: zie het gegeven dat de vluchtelingen naar Europa allemaal een smartphone hebben en een internetverbinding, waardoor ze precies weten waar ze zijn en gebruik kunnen maken van sociale media.
Maar hoezeer zijn dit positieve aspecten?

Droneshadow

James Bridle vindt dat we anders moeten gaan nadenken over technologie. Hij is de bedenker van de stelling New Aesthetics, omdat hij een verschil ziet tussen hoe mensen naar esthetiek kijken en hoe technologie dat doet; een computersysteem kijkt anders naar beelden en interpreteert ze daarom ook anders dan dat mensen doen.
Een voorbeeld hiervan is zijn project Drone Shadow waar hij bij Google Maps een soort van regenboog vliegtuigen waarnam. Dit is een fout in het systeem. Omdat de satellieten in verschillende stappen hun foto’s binnen halen – eerst infrarood, dan groen, dan blauw, etc. – en omdat een vliegtuig te snel gaat om in een keer vast te leggen, krijg je dat je meerdere vliegtuigen achter elkaar te zien krijgt, in verschillende kleuren; je ziet hier eigenlijk hoe satellieten kijken. Hij heeft dit levensgroot uitgewerkt op een aantal publieke pleinen en heeft onder andere gekozen voor een ontwerp van een vliegtuig dat wordt gebruikt voor martelpraktijken en een militaire drone, dit om mensen na te laten denken wat de andere kant van technologie is.
Om dezelfde reden is Dronestagram ook van zijn hand, hier post hij op Instagram foto’s van landschappen die door drones gebombardeerd worden. Hij legt hiermee de relatie tussen de sociale netwerken en het negatieve aspect die in zijn ogen bij deze militaire technologie aanwezig is. Er zit hier namelijk ook een morele grens aan vast: is het goed of slecht dat er op deze manier oorlog gevoerd wordt?

Welk burgerschap hebben we tegenwoordig?

Veel van zijn werk maakt hij door middel van de informatie die hij op het internet vindt of die openbaar verkrijgbaar is. Daarmee geeft hij kritiek op de kennis die nu overal te vinden is, maar ook welke kracht er in die informatie zit. Hij wil mensen op een andere manier een kijkje achter de schermen geven en veelal de grenzen die worden opgetrokken door overheden of instituten weghalen en aankaarten. Zo deed hij bijvoorbeeld onderzoek welke private jets er werden gebruikt om illegalen uit Engeland te deporteren (private jets?! Inderdaad, waarom private jets?) of bouwde hij in een computermodel een gerechtsgebouw na waar illegalen achter gesloten deuren worden berecht. Allemaal met informatie die publiekelijk of online te vinden is. Hij wil deze grenzen wegvagen en laten zien hoe het achter die gesloten deuren is. In zijn ogen zijn grenzen namelijk niet vastgesteld en veilig, net als wetten, ze zijn veranderbaar.
De enorme grenzenbouw die er tegenwoordig aan de gang is en het feit dat de toegang steeds strenger wordt, is voor hem een punt van discussie. De vraag die namelijk naar boven komt drijven is: welk burgerschap hebben we tegenwoordig? Voorheen werd dit door bloed bepaald (je achtergrond) of door de grond waarop je geboren bent, nu is het ook digitaal. Wat je op Facebook post of wat je zoekresultaten bij Google zijn, daarmee word je tegenwoordig als burger ingedeeld op je afkomst: een digitaal burgerschap. Op het moment gebruikt alleen de NSA deze gegevens, ze beoordelen aan je zoekgedrag hoeveel procent Amerikaan je bent (hoeveel Amerikaanse sites bezoek je bijvoorbeeld regelmatig?), daarmee kunnen ze bepalen of ze je wel of niet mogen surveilleren.

Digitaal burgerschap

Bridle heeft een plug-in gecreëerd voor je internetbrowser (Citizen Ex) waarin je kunt zien wat je digitale burgerschap is, gebaseerd op je surfgedrag. Dit digitale burgerschap is een algoritmisch burgerschap, en in zijn ogen is dit daarom een onstabiel burgerschap omdat in zijn ogen algoritmes aanvankelijk zijn voor verandering. Om die reden is het, volgens hem, van belang dat we hier nieuwe gereedschappen (nieuwe codes) voor blijven bouwen om tussen ons en de staten de mediëren, maar ook om tegengas te geven.

Marleen Stikker is het hier mee eens. Ze is directeur van de Waag Society, een onderzoeksinstituut voor creatieve technologie en sociale innovatie die projecten heeft gelanceerd zoals onder andere de Fairphone, de eerste eerlijke smartphone ter wereld (If You Can’t Open It, You Don’t Own It), maar ze zijn ook betrokken bij de Open Design en Creative Commons-beweging en geloven dat de samenleving open technologieën nodig heeft om maatschappelijke uitdagingen aan te kunnen gaan.[

Paradigma-shift

Volgens Stikker is code cultuur. Er is een paradigma-shift aan de gang: waar de meta studenten eerst de ‘heersers’ van de wereld waren, verandert dit nu naar de bèta kant; coderen en technologie krijgen steeds meer macht. Dat is overduidelijk, we kunnen niet meer om Sillicon Valley heen, zij blijven nieuwe creaties maken zonder vaak over de ethische vraagstukken na te denken: ‘Als we het kúnnen maken, dan doen we het.’
Dit is een dilemma, want al onze interacties zijn samengesmolten met de systemen van tegenwoordig. Stikker vindt dat we na moeten denken wat de invloed hiervan is.
Om al de informatie zichtbaar te maken heeft de Waag Society bijvoorbeeld het Smart Citizens Lab gelanceerd, om te zien wat er onder de oppervlakte gebeurt; de burger die zelf informatie vergaart en daar dan conclusies uit trekt, en daardoor een mening kan vormen. Volgens Stikker is data namelijk niet objectief, het is een interpretatie van de werkelijkheid en is normatief, niet neutraal, zeker gezien alles tegenwoordig data-driven is. Ze vindt het belangrijk dat we moeten weten wie de mensen zijn die de code maken en wat hun intenties zijn.

Society Of Things

Omdat technologie steeds meer aanwezig zal gaan zijn in onze maatschappij en het internet door alles heen gaat sijpelen heeft de Waag Society The Things Network gesponsord: longrange data, erg goedkoop en een open netwerk voor de Internet of Things (een netwerk van slimme objecten die allemaal gelinkt zijn aan het internet, zoals bijvoorbeeld een auto, een thermostaat of een koelkast, eigenlijk alles wel). Omdat dit in de nabije toekomst steeds meer alledaags gaat worden, moeten we weten wat deze technologische bedrijven met al onze informatie gaan doen en of dat nog steeds onderdeel is van een veilig netwerk.
Wat voorop staat hierbij is dat we een veilige identiteit hebben, bij de ontwikkeling hiervan is het belangrijk dat de politiek, de ontwikkelaars van onze online identiteit (als Digi-D), goed luistert naar veel soorten mensen – zoals wetenschappers, designer en ICT-ers – om elkaar beter te begrijpen en het systeem beter werkend te maken. Dit ook omdat we de tech-giganten niet blindelings moeten vertrouwen met onze privé-informatie.

Facebook Farewell Party

In het opzicht van het algoritmische burgerschap heeft de Waag Society een Facebook Farewell Party georganiseerd. Stikker zegt dat we Facebook moeten wantrouwen, omdat dat puur en alleen een algoritme is. Voor hun zijn we een like geworden waar ze onze identiteit aan ophangen. Met dit initiatief willen ze ons bewust maken van ons digitale burgerschap, juist ómdat we het internet niet meer kunnen verlaten; het is teveel verweven met onze wereld. Als antwoord op de vraag ‘maar wat dan?’ adviseert ze om naar het business model te kijken van het bedrijf. Wanneer daar een verdienmodel in staat moet je achter je oren krabben of je al je privézaken aan hun wilt overdragen.

De digitale grenzen van tegenwoordig zullen we beter moeten gaan bewaken, maar het is van belang dat we blijven debatteren wat wel of niet goed is, wat is ethisch verantwoord en wat moet meteen de prullenbak in? Willen we steeds meer privacy opgeven of moet hier een sterke tegenbeweging in komen? Dit is iets waar we met zijn allen goed over na moeten denken en niet blind volgen wat een bedrijf aanbiedt als ‘het beste product ooit’. Het is van belang dat we blijven nagaan wat de intenties zijn van zo’n bedrijf: is het oprecht engagement of zit er een business model achter? We moeten kritisch blijven om stappen te maken richting een veilig digitaal burgerschap.

0 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*