Kunst, Design en Literatuur Online Shop (X=Y)

Column: ‘De ontrafeling #01’

Laatst riep er een meeuw ‘meneer!’ naar me. Ja, echt. Geen leugens. Op het plein, in de buurt van het station. Het streelde mijn ego dat zelfs in het dierenrijk de behoefte bestaat mij op een nette manier aan te spreken. In hun ogen ben ik dus geen ‘gozer’ of ‘gap’. Dat scheelt toch wel een dwarsstraat. Het gevoel van waardering was echter snel over toen het beest vervolgens een enorme flats met uitwerpselen naar me toe smeet en luid lachend wegvloog. Een totale deceptie dus.

Natuurlijk weet ik ook wel dat er helemaal geen ‘meneer’ geroepen werd en dat mijn brein dat er van gemaakt heeft. Op die manier houdt ons brein ons eigenlijk continu voor de gek: 3d objecten die van origine 2d zijn, gezichten waar er geen gezichten zijn, goud dat eruit ziet als zwart en andersom, noem maar op.
De wetenschapper Donald Hoffman wil het zelfs zo ver trekken om te zeggen dat álles wat wij waarnemen onjuist is. In zijn research naar onze perceptie kwam hij tot de conclusie dat wij de realiteit niet zien zoals deze echt is. Hij zegt dat we het universum als een interface moeten zien, een plek waar materiële objecten vergelijkbaar zijn als de map-icoontjes op het bureaublad van je computer. Om het ons makkelijk te maken hebben computerbouwers indertijd ons een interface gegeven om alles dat er achter zit – de intel-processors, computerchips, softwareprogramma’s, etc – niet te laten zien, zodat we er niet over na hoeven te denken. In de ogen van Hoffman creëren onze hersenen net zo’n interface om in de ‘echte’ realiteit te kunnen leven.
We zijn altijd van de veronderstelling geweest dat wij, omdat wij in de evolutie zo ver zijn gekomen, daardoor een juiste weergave van de werkelijkheid zouden zien. We zien de leeuw, bijvoorbeeld, al van verre aankomen, deze kan niet ongemerkt proeven of wij een smakelijk hapje zijn. Maar volgens Hoffman is dat onjuist. Wij hebben een beeld gecreëerd van die leeuw om ons ervan bewust te zijn dát het gevaar betekent.

“Wij zien niet de échte wereld.”

Hier probeerde ik toch mijn hoofd omheen te winden, want dat betekent dat ons lichaam ons continu voorliegt over de realiteit die het ervaart. Wil ik wel dat mijn lichaam dat doet? Of heb ik daar eigenlijk geen zeggenschap over? Ik ben bang van niet namelijk.
Het betekent ook dat het universum niet bestaat zoals wij deze waarnemen. Dit is toch wel even een brok met informatie die in je keel blijft hangen: ‘wij zien niet de échte wereld’. Dat is moeilijk wegslikken. Hoffman zegt dat wij in de evolutie selectief zijn geweest: overleven en voortplanting hebben bij ons de voorkeur gekregen. Onze zintuigen zijn daar dus op gefocust. Kikkers zien bijvoorbeeld alleen beweging en hebben moeite met stilstaande objecten. Voor hun staat beweging gelijk aan voedsel of een reproductie-partner.
Het verhaal dat de originele inwoners van Amerika de koopvaardijschepen van de Europeanen niet zagen omdat ze deze nog nooit gezien hadden, zou dan misschien ook wel een gegronde waarheid kunnen hebben. Wat zien wij dan allemaal níet wat er wèl is? Lopen buitenaardse wezens gewoon langs ons heen zonder dat we het door hebben? Of bevinden we ons misschien continu letterlijk naast een ravijn zonder dat we het zien? It makes you think.
Wat een meeuw allemaal wel niet in me losmaakt…
Waarschijnlijk denkt het beest niet na over dit soort brainteasers; hij geniet er gewoon van onschuldige mensen te bekogelen met zijn fecaliën. Naja, ieder zijn meug.

0 reacties

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*